Nierstenen: alles wat je moet weten
Informatie, geen medisch advies. Twijfel je of heb je veel klachten? Bel je huisarts. Bij spoed: huisartsenpost of 112 (België: 1733 of 112).
Op deze pagina
- Wat zijn nierstenen?
- Symptomen van nierstenen in het kort
- De niersteenaanval (koliek)
- Oorzaken en risicofactoren
- Soorten nierstenen
- Diagnose: onderzoek bij huisarts en ziekenhuis
- Uitplassen: hoe lang, hoe groot, zeefje
- Behandeling: afwachten, tamsulosine, ESWL, URS, PCNL
- Herstel en nazorg
- Nierstenen voorkomen: drinken, voeding, citraat
- Wanneer naar de dokter?
- Veelgestelde vragen over nierstenen
Heb je een niersteen, of denk je dat je er een hebt? Dan ben je niet de enige. In Nederland heeft ongeveer 1 op de 20 mensen ooit een niersteen (NVU, 2000). Op deze pagina lees je in gewone taal wat nierstenen zijn, hoe je ze herkent en wat je kunt doen. Je leest ook wanneer je snel hulp nodig hebt en hoe je nieuwe stenen kunt voorkomen.
Bron alarmsignalen: EAU, 2026 (§3.4.2 en tabel 3.3); NHG.
Wat zijn nierstenen?
Nierstenen zijn harde korreltjes die ontstaan in je nier. In je urine zitten zouten en mineralen, zoals calcium, oxalaat en urinezuur. Soms zitten er te veel van die stoffen in te weinig vocht. Dan plakken ze aan elkaar vast en vormen ze kristallen. Zo'n kristal kan uitgroeien tot een steentje (Nierstichting, 2025).
De medische naam is nefrolithiasis of urolithiasis. Nefro betekent nier en lithiasis betekent steenvorming. Urolithiasis is breder: stenen ergens in de urinewegen (Nierstichting, 2025).
Een paar begrippen die je vaak tegenkomt:
- Niersteen: een steentje in de nier of in de urineleider. De urineleider is het dunne buisje tussen je nier en je blaas. Een steen kan een paar millimeter tot een paar centimeter groot zijn.
- Niergruis: heel kleine steentjes, zo klein als zandkorrels. Die plas je vaak uit zonder dat je het merkt. Meer lezen: niergruis.
- Blaassteen: een steen in de blaas zelf.
Zolang een steen in de nier blijft liggen, merk je er vaak niets van. Pijn ontstaat meestal pas als de steen in de urineleider schiet en daar vast komt te zitten.
Nierstenen zijn vervelend en pijnlijk, maar geven zelden blijvende schade aan je nieren (Nierstichting, 2025). Een niersteen die de urine blokkeert kan de nier wel beschadigen; daarom zijn de alarmsignalen belangrijk.
Hoe vaak komen nierstenen voor?
In Nederland heeft ongeveer 1 op de 20 mensen ooit een niersteen (NVU, 2000). Wereldwijd verschilt dat per land: tussen 1 en 13 op de 100 mensen (EAU, 2026).
Helaas komen nierstenen vaak terug. Ongeveer de helft van de mensen krijgt binnen 8 jaar opnieuw een pijnaanval door een niersteen (Thuisarts, 2026). Daarom is preventie zo belangrijk. Daarover lees je verderop meer.
Symptomen van nierstenen in het kort
Veel mensen met een niersteen hebben géén klachten. De meeste stenen zijn zo klein dat je ze gewoon uitplast (Nierstichting, 2025). Komt een steen vast te zitten, dan zijn dit de bekendste klachten (Thuisarts; Nierstichting, 2025):
- Plotseling heel veel pijn in je zij (flank), onderrug of onderbuik. De pijn komt in golven.
- Onrust: tijdens een pijngolf lukt het niet om stil te zitten of te liggen.
- Misselijkheid en overgeven.
- Zweten.
- Bloed in je plas. Soms is je plas roze. Vaak is het bloed alleen te zien bij onderzoek.
- Vaker moeten plassen, als de steen dicht bij de blaas komt.
Mannen en vrouwen kunnen de klachten anders ervaren. Lees alles over de klachten op onze pagina nierstenen symptomen.
Waar zit de pijn?
De pijn begint meestal hoog in je zij, aan de kant van je rug. Daar zitten je nieren. Schuift het steentje door naar de blaas, dan verplaatst de pijn zich langzaam naar je onderbuik en lies (Thuisarts). Soms straalt de pijn uit naar je geslachtsdelen.
Vage klachten en stenen zonder klachten
Je kunt een niersteen hebben zonder dat je iets merkt (Thuisarts). Soms geeft een steen alleen een zeurende pijn in je zij (Nierstichting, 2025). Zo'n steen wordt soms toevallig gevonden, bijvoorbeeld op een echo voor iets anders.
De niersteenaanval (koliek)
Een heftige pijnaanval door een niersteen heet een koliek of nierkoliek. Het steentje zit dan klem in de urineleider. De urineleider knijpt steeds samen om de steen naar de blaas te duwen. Elke keer dat hij knijpt, voel je een pijngolf. Stopt het knijpen even, dan is de pijn ook even weg (Thuisarts).
Bij een eerste aanval of veel pijn neem je contact op met je huisarts. Die kan je goede pijnstilling geven en nagaan of het echt een niersteen is. Meestal krijg je eerst een prik met een pijnstiller en daarna zetpillen (Thuisarts). Gebruik pijnstillers volgens de bijsluiter of het advies van je huisarts of apotheker.
Tijdens een pijnaanval mag je gewoon eten en drinken. Drink zoals je gewend bent: ongeveer 1,5 tot 2 liter per dag. Extra veel drinken is niet nodig. Het laat de steen niet sneller komen (Thuisarts, 2026; NHG).
Meer tips voor tijdens een aanval: niersteenaanval: wat moet je nu doen?
Oorzaken en risicofactoren
Er is vaak niet één oorzaak. Meestal is het een combinatie. Je hebt meer kans op nierstenen als je (Nierstichting, 2025):
- te weinig plast, bijvoorbeeld omdat je te weinig drinkt, veel zweet of vocht verliest door diarree;
- veel zout eet;
- veel dierlijk eiwit (vlees) eet;
- veel mineralen uitplast, zoals calcium, oxalaat of urinezuur, door voeding, aanleg of een ziekte;
- vaak blaasontsteking of nierbekkenontsteking hebt;
- bepaalde medicijnen gebruikt.
Ook erfelijkheid speelt mee: in sommige families komen nierstenen vaker voor (Nierstichting, 2025). Verder noemt de Europese richtlijn onder meer overgewicht (metabool syndroom), een te snel werkende bijschildklier en darmziektes zoals de ziekte van Crohn of een maagverkleining (EAU, 2026).
Alles over oorzaken lees je bij oorzaken van nierstenen.
Soorten nierstenen
| Soort | Kort uitgelegd |
|---|---|
| Calciumstenen (kalkhoudend) | Verreweg de meest voorkomende soort: ongeveer 3 op de 4 stenen bevat calciumoxalaat (NVU, 2000). |
| Struvietstenen (infectiestenen) | Ontstaan als je vaker urineweginfecties hebt, zoals blaas- of nierbekkenontsteking (Nierstichting, 2025). |
| Urinezuurstenen | Komen vooral voor bij mensen met jicht (Nierstichting, 2025). |
| Cystinestenen | Zeldzaam en erfelijk (Nierstichting, 2025). |
Welke soort je hebt, bepaalt welk advies voor jou het beste werkt. Daarom is het slim om een uitgeplaste steen op te vangen en te laten onderzoeken. Lees meer bij soorten nierstenen.
Diagnose: onderzoek bij huisarts en ziekenhuis
Je huisarts stelt de diagnose meestal op basis van je klachten: plotselinge hevige pijn in je zij met bewegingsdrang, samen met bloed in je urine (NHG). Wat je kunt verwachten:
- Gesprek en lichamelijk onderzoek. De huisarts vraagt naar de pijn, eerdere stenen en nierstenen in de familie (NHG).
- Urineonderzoek. Er wordt gekeken naar bloed en naar tekenen van een infectie (Nierstichting, 2025).
- Echo. Bij aanhoudende of terugkerende klachten, of als er bloed in je plas blijft, kan de huisarts een echo laten maken (NHG; Thuisarts).
- CT-scan. In het ziekenhuis is een CT-scan zonder contrast het meest nauwkeurig om een steen te vinden (EAU, 2026). De uroloog ziet dan ook hoe groot de steen is en waar hij zit (Nierstichting, 2025).
Is het steentje uitgeplast? Dan staat de diagnose vast (NHG).
Uitplassen: hoe lang, hoe groot, zeefje
Het goede nieuws: de meeste kleine stenen plas je vanzelf uit. Ongeveer 3 op de 4 stenen kleiner dan 5 millimeter in de urineleider plas je vanzelf uit (EAU, 2026). Zit de steen dicht bij de blaas, dan is de kans nog groter. Meestal komt een steen binnen ongeveer 17 dagen naar buiten, maar het kan 6 tot 29 dagen duren (EAU, 2026).
Wat kun je doen?
- Drink gewoon zoals normaal, ongeveer 1,5 tot 2 liter per dag. Extra veel drinken is niet nodig (Thuisarts, 2026).
- Vang de steen op. Plas door een zeefje of koffiefilter, of plas in een potje en zeef de plas daarna (Thuisarts; Nierstichting, 2025). Zo weet je zeker dat de steen eruit is. Het lab kan onderzoeken waar hij van gemaakt is.
- Ga op controle. Ongeveer 1 week na de pijnaanval ga je op controle bij je huisarts, ook als je geen klachten meer hebt. Neem een potje plas mee, en het steentje als je het hebt opgevangen (Thuisarts, 2026).
Hoe groot je steen is en waar hij zit, maakt veel uit. Lees meer bij grootte en plaats van een niersteen en in onze gids niersteen uitplassen versnellen.
Behandeling: afwachten, tamsulosine, ESWL, URS, PCNL
De behandeling hangt af van de grootte en plek van de steen, je klachten en hoe fit je bent (Nierstichting, 2025).
Afwachten en pijnstilling
Bij kleine stenen is afwachten vaak de beste keuze. Je arts geeft je pijnstilling en spreekt een controle af. Gebruik pijnstillers volgens de bijsluiter of het advies van je huisarts of apotheker.
Tamsulosine
Soms schrijft een arts tamsulosine voor. Dit medicijn ontspant de spieren van de urineleider. Volgens de EAU-richtlijn (2026) kan het helpen bij stenen van 5 tot 10 millimeter die laag in de urineleider zitten. In Nederland kan je huisarts tamsulosine ook kort voorschrijven na een pijnaanval, als nog niet bekend is hoe groot de steen is (NHG; Farmacotherapeutisch Kompas). Het medicijn is eigenlijk voor prostaatklachten bedoeld. Voor nierstenen wordt het off-label gebruikt. Mogelijke bijwerkingen zijn duizeligheid, problemen met de zaadlozing en soms een lage bloeddruk bij opstaan (Farmacotherapeutisch Kompas). Je krijgt het alleen op recept, in Nederland en in België. Je arts bespreekt de voor- en nadelen met je.
ESWL (vergruizen)
Bij ESWL wordt de steen van buitenaf met schokgolven in kleine stukjes geslagen. Dat duurt 30 tot 60 minuten. Het gruis plas je daarna uit; dat kan dagen tot weken duren (Nierstichting, 2025). Je hoeft er niet voor geopereerd te worden. Lees meer: vergruizen (ESWL).
URS (ureterorenoscopie)
Bij een URS gaat de uroloog met een dunne buis met camera via de plasbuis (in België: urinebuis) en de blaas naar de steen. De steen wordt met een netje gepakt, of eerst met een laser kleiner gemaakt (Nierstichting, 2025).
PCNL
Bij stenen in de nier groter dan 2 centimeter is een PCNL meestal de eerste keuze (EAU, 2026). De uroloog maakt een klein gaatje in je rug en haalt de steen via die weg uit de nier. Dit gebeurt onder narcose.
Alle behandelingen op een rij: behandeling van nierstenen.
Herstel en nazorg
- Na het uitplassen zijn de pijngolven meestal gestopt. Het uitplassen zelf merk je vaak niet eens (Thuisarts).
- Na vergruizen kan het uitplassen van het gruis wat pijn doen, en kan er bloed in je urine zitten (Nierstichting, 2025).
- Na een URS krijg je vaak tijdelijk een JJ-katheter: een dun slangetje van de nier naar de blaas. Daardoor kun je vaker moeten plassen, aandrang voelen of wat bloed plassen (Nierstichting, 2025).
- Steenanalyse: laat een opgevangen steen onderzoeken. Bij een eerste steen adviseert de Europese richtlijn dat altijd (EAU, 2026).
Heb je vaker stenen gehad of een bijzondere soort steen? Dan verwijst je huisarts je meestal naar de uroloog voor extra onderzoek naar de oorzaak. In België mag je ook zonder verwijzing naar een uroloog. Met een verwijzing van je huisarts betaal je bij je eerste bezoek van het jaar wel minder, als je een globaal medisch dossier (GMD) hebt (RIZIV).
Nierstenen voorkomen: drinken, voeding, citraat
De belangrijkste tip is ook de simpelste: drink genoeg. Heb je een niersteen gehad? Drink dan elke dag ruim: 2,5 tot 3 liter, verdeeld over de dag. Dan plas je ongeveer 2 tot 2,5 liter (EAU, 2026; Nierstichting). Moet je minder drinken van je arts, bijvoorbeeld bij hart- of nierfalen? Volg dan zijn of haar advies. Genoeg drinken kan de kans op een nieuwe steen verkleinen (NHG).
Zo houd je het vol:
- Drink verspreid over de dag, ook rond de maaltijd en voor het slapengaan (Nierstichting, 2025).
- Kijk naar je plas: donkere urine betekent dat je te weinig drinkt (Nierstichting, 2025).
- Kraanwater is de beste keuze (Nierstichting, 2025).
Voeding (vooral bij kalkhoudende stenen, volgens de Nierstichting, 2025):
- Eet niet te veel zout. Door zout komt er meer calcium in je urine.
- Eet niet te veel vlees. Varieer met vis, peulvruchten en ei.
- Schrap zuivel niet. Calcium uit zuivel bindt in je darm aan oxalaat. Zo komt er minder oxalaat in je urine.
- Bij calciumoxalaatstenen: wees matig met veel-oxalaatproducten zoals spinazie, rabarber, rode biet, cacao, chocolade en noten.
- Citraat (in citrusfruit) maakt dat er minder snel stenen ontstaan bij calciumoxalaatstenen. Soms schrijft een arts citraat als medicijn voor; dat gaat altijd via je arts.
Adviezen verschillen per soort steen. Overleg daarom eerst met je arts of diëtist. Meer lezen: oxalaatarm dieet.
Wanneer naar de dokter?
Bron alarmsignalen: EAU, 2026 (§3.4.2 en tabel 3.3); NHG.
Maak binnen een paar dagen een afspraak bij je huisarts als je:
- voor het eerst denkt dat je een niersteen hebt;
- roze, rode of bruine urine hebt (Thuisarts);
- vaker nierstenen hebt.
Wil je weten wat huisartsen precies adviseren? Lees nierstenen volgens de NHG-richtlijn en Thuisarts.
Veelgestelde vragen over nierstenen
Wat is een niersteen precies?
Een hard korreltje dat ontstaat als zouten en mineralen in je urine aan elkaar plakken. De medische naam is nefrolithiasis. Een steen kan zo klein zijn als een zandkorrel of een paar centimeter groot.
Hoe weet je of je nierstenen hebt?
Typisch is plotselinge pijn in golven in je zij of onderbuik, met onrust en misselijkheid. Je huisarts onderzoekt je urine op bloed. Soms is een echo of CT-scan nodig. Veel stenen geven trouwens geen klachten.
Gaan nierstenen vanzelf weg?
Kleine stenen vaak wel. Ongeveer 3 op de 4 stenen kleiner dan 5 millimeter in de urineleider plas je vanzelf uit (EAU, 2026). Grote stenen moeten soms behandeld worden.
Wat is het verschil tussen niergruis en nierstenen?
Niergruis zijn heel kleine steentjes, zo klein als zandkorrels. Een niersteen is groter. Niergruis plas je meestal uit zonder dat je het merkt.
Komen nierstenen terug?
Helaas vaak. Ongeveer de helft van de mensen krijgt binnen 8 jaar opnieuw een pijnaanval door een niersteen (Thuisarts, 2026). Ruim drinken en letten op zout en vlees kan de kans verkleinen.
Bronnen
- NHG. NHG-Standaard Urinesteenlijden (M63). https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/urinesteenlijden. Geraadpleegd op 17-10-2026.
- Thuisarts.nl. Ik heb een pijnaanval door een niersteen. Laatst gewijzigd 28-07-2026. https://www.thuisarts.nl/niersteen/ik-heb-pijnaanval-door-niersteen. Geraadpleegd op 17-10-2026.
- Thuisarts.nl. Ik heb bloed in mijn urine. https://www.thuisarts.nl/bloed-in-urine/ik-heb-bloed-in-urine. Geraadpleegd op 17-10-2026.
- Nierstichting. Nierstenen. Update 25-04-2025. https://nierstichting.nl/alles-over-nieren/nierziekten/nierstenen. Geraadpleegd op 17-10-2026.
- EAU. Guidelines on Urolithiasis. 2026. https://uroweb.org/guidelines/urolithiasis. Geraadpleegd op 17-10-2026.
- Skolarikos A, et al. EAU Guidelines on the Diagnosis and Treatment of Urolithiasis. Eur Urol. 2025;88:64–75. https://doi.org/10.1016/j.eururo.2025.03.011. Geraadpleegd op 17-10-2026.
- NVU. Richtlijn Metabole screening, medicamenteuze behandeling en metafylaxe bij urolithiasis. Vastgesteld 12-05-2000. https://portal.nvu.nl/WebserviceWordpress/qgws.asmx/nvu_get_document?id=89576472-691A-E111-9464-005056B32789. Geraadpleegd op 17-10-2026.
- Farmacotherapeutisch Kompas. Tamsulosine. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/preparaatteksten/t/tamsulosine. Geraadpleegd op 17-10-2026.
- EAU. Guidelines on Urolithiasis. 2026. §3.4.2 (sepsis en/of anurie bij verstopte nier) en tabel 3.3. https://uroweb.org/guidelines/urolithiasis/chapter/guidelines. Geraadpleegd op 17-10-2026.
- RIZIV. Goedkoper raadplegen van bepaalde specialisten als een huisarts u doorverwijst. https://www.riziv.fgov.be/nl/thema-s/verzorging-kosten-en-terugbetaling/financiele-toegankelijkheid/doorverwijzing-naar-een-specialist-door-uw-huisarts. Geraadpleegd op 17-10-2026.